Een orthodoxe Jood in Tel Aviv-IsraŽl droomde steeds weer over de Messias

Door Matt Schwartz

Zingt de Here een nieuw lied, zingt de Here, gij ganse aarde  (Psalm 96:1)

Met een aanbiddingteam van geestvervulde gelovigen bezongen wij de God van IsraŽl met vreugdevolle liederen en dans. We trokken dansend en zingend met onze banieren door de Diezengoff straat in Tel Aviv. Honderden IsraŽliís kwamen uit hun winkels om ons te begroeten en ons te bedanken dat wij hen steun durfden te betuigen. We gaven aan iedere IsraŽli een lapel pin met daarop de tekst: "IsraŽl, je staat niet alleen." We vertelden de Joodse mensen dat God hen liefheeft. Zo hadden we allerlei ontmoetingen met ongeredde mensen die de Heer uit de winkels bij ons bracht.

Moisje en Esther Cohen zijn orthodoxe Joden die de Sjoa hebben overleefd. Ze zijn getrouwd aan boord van een schip met vluchtelingen en kwamen in mei 1948 aan in IsraŽl. Ze zijn eigenaar van een juwelierszaak van Stern in Tel Aviv en hebben een hele staf onder zich. Ze houden de sjabbat en de traditionele Joodse feesten. Toen ze ons hoorden zingen, rende Moisje de winkel uit om ons te begroeten. "Ik kan mijn oren niet geloven," zei hij. "Jullie zingen dezelfde liederen die ik iedere nacht in een droom hoor." Ik was heel verbaasd toen hij dit zei want we zongen niet alleen bekende IsraŽlische liederen zoals Hava Nagila Hava, maar ook geestelijke liederen en aanbiddingliederen zoals "De Heer is een heilig God" en andere liederen die we thuis in onze gemeentes zingen.

Moisje begon ons te vertellen over een droom die hij de afgelopen maand iedere nacht heeft gehad. "Ik word wakker omdat ik het geluid hoor van sjofars en trompetten," zegt hij. "Het is zo luid dat ik er midden in de nacht wakker van wordt. Dan loop ik snel naar de voordeur om te zien wat er gebeurt. Duizenden mensen uit IsraŽl stijgen op door de lucht. Ze dragen witte gewaden. De hemel gaat open om ze op te nemen. Wanneer de hemel open gaat, zie ik de aartsengel GabriŽl en een machtig leger, klaar voor de strijd. Hun aanvoerder rijdt op een wit paard. Zijn ogen zijn als een vuurvlam. Achter de aanvoerder bevinden zich de Joodse aartsvaders Abraham, Isaak en Jakob. Achter hen de Joodse vrouwen Mirjam, Ruth, Sara en koningin Esther."

"Dan zie ik Koning David en Koning Salomo en met hen de profeet Elia en zijn dienaar Elisa. Ze leven. Er straalt licht van hen uit. Ze rijden op paarden. Dit machtige leger van de Heer bestaat uit tienduizenden. Ze dalen af vanuit de hemel naar de Olijfberg hier in Jeruzalem. Hun aanvoerder draagt een Hebreeuwse Talliet, waarop geschreven staat "Koning der Koningen." Er is vuur in zijn ogen. Plotseling besef ik dat ik onze Joodse Messias zie. "Heer," zeg ik, "Wie bent U?" Hij antwoordt, waarbij Hij mij bij mijn voornaam noemt: "Moisje, Ik ben degene over wie de profeten hebben gesproken." "Wat is uw naam?" vraag ik. "Ze noemen mij: ĎDe Overwinnaar."

Dan zegt Hij tegen mij: "Moisje, Ik ben voor jou gestorven. Ik houd van je. Vertel je Joodse familie en vrienden over Mij. Vertel hen dat Ik spoedig kom. Dan zal er in geheel IsraŽl aanbidding en lof zijn zoals het was in de dagen van Koning David." Dan word ik wakker met in mijn oren de woorden: "Moisje, Ik houd van je. Ik kom spoedig."

Mijn vrouw Esther zei tegen mij: ĎíMoisje, ga naar de rabbijnen. Vertel je droom aan hen.íí Sindsdien heb ik contact gehad met tientallen rabbijnen hier in IsraŽl. Ze hebben allemaal verschillende meningen. Sommige van hen zeggen: ĎíEr is geen Messias die zal komen op een wit paard. Het is maar een droom, Moisje. Geen leger uit de hemel zal ons redden van onze vijanden. Ga naar huis. Vergeet die droom.íí

De groep die op die dag stond te luisteren naar het verhaal van Moisje bestond uit onze zangers en dansers en verschillende pastors met hun vrouwen, die deel uitmaken van ons vijfvoudige bedieningenteam. Een pastor die Brad heet, zei: "Moisje, er is een Overwinnaar die naar IsraŽl komt. Jij hebt gelijk. Hij zal terugkeren op een wit paard. Luister naar wat Johannes aan ons heeft doorgegeven in het Boek Openbaring: ĎíEn ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard; en Hij, die daarop zat, wordt genoemd Getrouw en Waarachtig, en Hij velt vonnis en voert oorlog in gerechtigheid. En zijn ogen waren een vuurvlam en op zijn hoofd waren vele kronen (Openbaring 19:11-12a)."

Hij kreeg tranen in zijn ogen. "Dat is Hem," zei hij. "God heeft je deze droom gegeven," voegde ik toe. "Jij gelooft in dezelfde Messias als wij. Jij kent alleen zijn naam niet. Zijn naam is Jezus. De eerste keer is Hij gekomen om te sterven voor de zonden van de wereld. Hij komt terug als de Leeuw van de stam Juda. Je mag Hem bij zijn Hebreeuwse naam Jeshoea noemen. Hij leeft." Ik vroeg: "Wil je Hem vragen in je leven te komen om je Heer en Redder te zijn?" "Ja," antwoordde hij. "Ik wil dat ook bidden," zei Esther, de Joodse vrouw van Moisje. "Wij willen dat ook bidden," zeiden Dalja, Svetta en Alona, drie medewerkers van de staf van de juwelierswinkel.

Alle vijf baden ze met mij: "Heer, vergeef mij. Ik ben een zondaar. Ik bekeer me van mijn zonden. Ik aanvaard wat U voor mij gedaan heeft aan het kruis. Ik geef mijn leven aan U. Ik neem U aan als mijn Heer en Redder en aanvaard U als mijn Messias." Alle vijf begonnen ze daarop te huilen. Dalja, die vanuit Rusland met haar Joodse familie naar IsraŽl geÔmmigreerd is, zei: "Pastor Matt, God heeft jou en je zangers naar IsraŽl gebracht om ons de weg tot het heil te wijzen." Lorna, onze dansleidster uit Ohio, zei: "Dalja, God heeft nog meer voor jullie." Daarop legden we allemaal de handen op bij Moisje, Esther, Dalja, Svetta en Alona en baden voor hen voor de vervulling met de Heilige Geest.

En ze werden vervuld met de Heilige Geest, spraken in tongen en profeteerden, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken (Handelingen 2:4). Het was een geweldig moment. Ze begonnen alle vijf in de Geest te profeteren over de dingen die komen. Dingen die spoedig plaats zullen vinden - IsraŽl, America, Rusland en de volken. We stonden allemaal vol ontzag te luisteren. De Heer bevestigde Zijn Woord met vele tekenen, zoals Hij dat deed in het Boek Handelingen. We zien de vervulling van de woorden van de profeet JoŽl: "Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien" (JoŽl 2:28).

Matt Schwartz, President, Stichter Intercessors for Israel International / 2008